Algemeen




Nu het rouwrumoer rondom je is verstomd
De stoet voorbij is, de schuifelende voeten
Nu voel ik dat er 'n diepe stilte komt
En in de stilte zal ik je opnieuw ontmoeten
En telkens weer zal ik je tegenkomen
We zeggen veel te gauw; het is voorbij
Hij heeft alleen je lichaam weggenomen
Niet wie je was en ook niet wat je zei
Ik zal nog altijd grapjes met je maken
We zullen samen door het stille landschap gaan
Nu je mijn handen niet meer aan kunt raken
Raak je mijn hart nog duidelijker aan.


Hand in hand zijn wij gegaan
Tot aan de drempel
Moegestreden, maar omringd
Door onze liefde, ben je moedig en rustig heengegaan.

Nooit klagend, nooit vragend,
Je lasten in stilte dragend,
Jouw handen hebben voor ons gewerkt
Jouw hart heeft voor ons geklopt.
Jouw ogen hebben ons tot het laatst gezocht.
Rust nu maar uit, je hebt het verdiend.


Mijn lieve schat
Mijn alles wat ik had.
Je hebt gestreden maar helaas verloren,
Voor jou nooit meer een ochtendgloren.
Bedankt van ons
Voor al je liefde en geven.
't Zal zwaar zijn zonder jou te leven.


Veel heb je ons gegeven,
Veel heb je voor ons betekend,
Plotseling uit ons leven gedreven,
Blijf je in onze harten leven.


De laatste uren voor het einde,
Dan wordt die grote wereld klein,
Is plotseling alles onbeduidend,
Tot aan het laatste beetje pijn.
Wat wij zo indrukwekkend vonden,
Verliest zijn glans, verliest zijn zin,
Maar achter die gesloten ogen,
Glanst een gigantisch groot begin.


Je bent niet dood - de Heer heeft je geroepen
Bij Hem te wonen in Zijn glanzend huis;
Je hoeft geen rust en vrede meer te zoeken,
Je hebt ze nu - want je bent veilig thuis.
Je bent niet dood - je mag voor eeuwig leven
Je bent verlost van onvolkomenheid,
Van pijn en van verdriet.
God zal je geven
Een onbegrensd geluk in een onbegrensde tijd.


De bomen komen uit de grond
En uit hun stam de twijgen
En iedereen vindt het heel gewoon
Dat zij weer bladeren krijgen
We zien ze vallen naar de grond
En dan opnieuw weer groeien
Zo heeft de aarde ons geleerd
Dat al wat sterft zal bloeien.
Toon Hermans


Sterven doe je niet ineens,
Maar af en toe een beetje
En al die beetjes die je stierf,
't is vreemd, maar die vergeet je
Het is je dikwijls zelf ontgaan,
Je zegt:" ik ben wat moe".
Maar op een keer ben je aan je
Laatste beetje toe.
Toon Hermans


Ik ben gestorven maar ik leef
want Christus leeft in mij:
Hij was het die mijn angst verdreef,
nu schijnt de zon in mij
nu waait zijn adem door mij heen,
nu zing ik een nieuw lied:
ik ben in het donker niet alleen,
de dood bedreigt mij niet.
God heeft het laatste woord,
de duivel is gezwicht,
de dood is slechts een donkere poort
die voert naar het eeuwige licht.
Nu zal ik mijn weg in vreugde gaan,
in droefheid zelfs nog blij:
ik ben tot leven opgestaan,
want Christus leeft in mij.

Huil niet om mij,
ik heb mijn doel bereikt
Waar kan een gelovig mens
tenslotte beter zijn
en veiliger geborgen
dan in die eeuwigheid
van vrede, liefde, God?

Huil niet om mij
Ik kreeg wat ik verlangde:
de vrede, die uit God is, is mijn deel.
Laat dat een troost zijn
voor die achter blijven.
Er komt een uur, waarop wij allen
verenigd zijn in God,
de God die Liefde is.


Je bent niet dood,
de Heer heeft je geroepen
bij Hem te wonen
in zijn glanzend Huis;
Je hoeft geen rust en vrede
meer te zoeken,
Je hebt ze nu,
want je bent veilig Thuis.
Je bent niet dood,
je mag voor eeuwig leven,
je bent verlost van onvolkomenheid,
van pijn en van verdriet.
God zal je geven
een onbegrensd geluk
in onbegrensde tijd.
Je bent niet dood.
Maar ach,ik zal je missen
zoals een mens
de meest geliefde mist
De jaren van geluk
zijn nooit meer uit te wissen,
en ik geloof; God heeft zich niet vergist.


Vriendschap
In je hart leven mensen
die daar helemaal thuis zijn
en die daar blijven wonen,
zelfs als ze dood zijn.


Heer, geef mij de kracht te aanvaarden
Wat niet te veranderen is,
Geef mij de moed te veranderen
Wat niet aanvaard mag worden
En de wijsheid om het onderscheid
Tussen beide te kennen.


Sterven in vrede
Dat is
Met een gerust hart je ogen sluiten.


Je hebt geen keus
Het leven geeft en neemt.
Het leven streelt en beukt
Veel dat verrukt
Veel dat verbijstert
Veel dat je teistert
Maar je hebt geen keus
Blijf erin geloven.

Leven is dankbaar zijn
Voor het licht en de liefde
Voor de warmte en de tederheid
In mensen en dingen
Zomaar gegeven.


Door de tranen van dit uur
Sluipt de glimlach der herinnering,
De fijne uren met die goed mens,
Die stem, die ogen en dat hart
Dat hart vooral, een blijvende herinnering.


Ik kan slapen zonder zorgen
Want slapend kom ik bij u thuis
Alleen bij U ben ik geborgen.


Ik lees in jou
Nu jij zo stil en onbewogen
Hier ligt, Zijn liefde
En Zijn machtig mededogen
Waardoor uit koude klei
Zo vastgevroren
Altijd opnieuw
Weer leven wordt geboren.
Toon Hermans


Even aan het einde zwaaien met je hoedje
Even neuzen snuiten, nog een weesgegroetje
Kleine plechtigheid, tot aan het laatste Amen
Doodgaan doe je heel alleen
Leven doe je samen.
Toon Hermans


Niemand weet wat leven is
Alleen dat het gegeven is.
Huub Oosterhuis


 




(Laatst bijgewerkt op 25 juni 2004)