Kinderen




Klein en nietig is de pasgeboren mens
Maar toch strijdt hij voor het leven
Voor jou begon die strijd te vroeg
Voor jou duurde die te lang
Die strijd is nu ten einde
De rust is nu jouw deel


Een leven nog zo pril,
Een leven nog zonder eigen wil
Nog veilig geborgen in moeders schoot
Vond jij in alle rust een stille dood
Negen maanden had je bijna volbracht
Maar we hebben tevergeefs op jou gewacht
Je was zo mooi, zo zacht en fijn.
Heel even mochten we bij je zijn.
Hoe we van je houden zul je nooit weten.
… (*) we zullen je nooit vergeten.

(* vul hier de roepnaam in)


Als een zuchtje in de wind
Op een stille zomeravond
Ben je van ons heengegaan
Niemand kon meer voor je zorgen.
We hadden je graag op zien groeien
Tot een levenslustig kind
Je zien spelen met vrienden
Maar je ging weg als een zuchtje wind
We hadden naar jou uitgekeken,
Tot je hier bij ons zou zijn.
Alles was voor jou in orde
Maar het heeft niet zo mogen zijn.
We zullen je altijd blijven herinneren,
Als een bloem, te vroeg geplukt,
Die voor ons nooit zal verwelken
Al ben je uit ons midden geplukt.


Een stille wens werd een verlangen
Naar jou, een klein mensje
Maar jij hebt de hoop op geluk
Door verdriet vervangen

Wij hebben je met vreugde ontvangen
In liefde verwacht
Maar jij hebt je bedacht
We zullen je missen, lieve … (*).

(* vul hier de roepnaam in)


Dag kleine zon,
Je was zo klein.
Dag kleine zon,
Je scheen zo fel

Dag kleine zon,
Je verdween achter de wolken
Dag kleine zon,
Je bent nu een ster.


Prachtige regenboog
Die ons leven kleur gaf.
Stralende prinses
Die glansde in de zon,
Tere vlinder die vrolijk
Wiegde in de wind;
Papa moet je nu laten gaan,
Mama kan niet bij je blijven,
En toch zul je voor altijd bij ons zijn….


Klein maar dapper.
Flink zijn hoeft niet meer.
Onze tijd was veel te kort.
Straks zien we elkaar weer.

 




(Laatst bijgewerkt op 25 juni 2004)