Mannen




… (*), je was een man van weinig woorden.
Duidelijk herkenbaar voor hen die bij je hoorden.
Een lieve man, vader en opa, iemand waarop je kon vertrouwen.
Achter je ligt een leven van werken en plicht.
En dat bepaalde jouw gezicht.
Zoals je hebt geleefd, zo ben je van ons heen gegaan.
Lieve … (*), man, vader en opa rust zacht.

(* vul hier de roepnaam in)


Man, vader, opa, vriend en steunpilaar.
Altijd stond je voor ons klaar.
Veel te snel heb je ons verlaten.
We hadden nog zoveel met je willen praten.
Je leeft nu verder in onze gedachten.
We horen je stem nog steeds;
Zoals je sprak, zoals je lachte.
Als de zon ben je onder gegaan.
In onze harte blijf je eeuwig bestaan.

Dat hij die altijd voor anderen heeft willen zorgen,
Nu de eeuwige zorg van God moge ontvangen.


Als je iedere dag aanvaardt met een gulle lach,
Als je met een blij gezicht
Denkt aan je werk en aan je plicht
Als je zonder veel gepraat
Anderen helpt met woord en daad
Als je steeds naar het goede streeft
Heb je niet voor niets geleefd.


Laat ons, Heer,
Ons leven in uw handen leggen
En leer ons telkens weer
"Uw wil geschiede" zeggen.
(Toon Hermans)


Een dag zonder jou, is een tuin zonder bloemen.
Een dag zonder jou, kun je geen dag noemen.
Een dag zonder jou, is een dag zonder licht.
Het huis is leeg en koud, als ik je stem niet meer hoor.
De tafels en het bed, het stelt geen moer meer voor.
Een boom zonder takken,
Een hemel zonder blauw,
Mijn lief, dat is een dag zonder jou.
(Toon Hermans)


Mijn sterke man
Mijn rots, mijn trots,
Mijn "alles kan".
Mijn sterke man,
Geveld, gekweld,
Geworden tot mijn
"niets meer kan",
gebroken door het lot.

Achter je ligt een leven van werken en plicht
En juist dat bepaalde in alles jouw gezicht.
Flink was jij je hele leven,
Flink wil je nu dat wij zullen zijn,
Maar afscheid nemen doet ons zo'n pijn.


Liefste vader, dapper mens
je hebt je strijd gestreden.
Niemand van ons, alleen God
weet wat je hebt geleden.
al je pijnen zijn voorbij.
Rust maar vader, je bent nu vrij.


Vader, je geest zo sterk als een beer
Een lichaam uiteindelijk te teer
Een wijsheid niet te evenaren
Een wilskracht haast niet te bedaren
Een vechtlust bijna niet te temmen
Alleen iets bovenmenselijks kon dit leven remmen.


Papa, wij zijn nog zo klein
waarom nu, het was zo fijn
je aai, je grapjes, je lieve lach
we missen het, iedere dag
voor altijd zit je in ons hart
op een plaats heel apart.

 




(Laatst bijgewerkt op 25 juni 2004)