Waarom as met Aswoensdag

Na carnaval begint op Aswoensdag de vastentijd, de 40-daagse voorbereidingstijd op Pasen. In die periode worden gelovigen opgeroepen zich te bezinnen en hun levensstijl te versoberen. De Vasten begint met het tekenen van het askruisje op het voorhoofd. Maar waarom wordt hierbij as gebruikt?

De naam ‘Aswoensdag’ komt van het gebruik in vroeger eeuwen om aan het begin van de Vasten as te strooien over de hoofden van boetelingen en degenen die vastten. Het was een teken van verslagenheid om het eigen falen. ‘In zak en as zitten’, is nog steeds een uitdrukking die gebruikt wordt als mensen zich even geen raad meer weten. De uitdrukking komt rechtstreeks uit de bijbel. Als mensen daar rouwen, zitten ze letterlijk in juten zakkenkleding en bestrooien zich rijkelijk met as. Het is een teken van armzaligheid, van nietswaardigheid. Zo bekend Abraham tegenover God: “Ofschoon ik maar stof en as ben.” (Gen. 18,27). De heilige bisschop Johannes Chrysostomos (344-407) spreekt zijn gelovigen aan met “stof en as” als beeld van menselijke vergankelijkheid. En de middeleeuwse abdis en mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) noemt zichzelf “een zwakke mens, van as tot as, van leem tot leem”.

Met het liturgisch asritueel heeft de Kerk – aan het begin van de lente – mogelijk voorchristelijke gebruiken willen kerstenen. Nog altijd worden in deze periode in met name Zwitserland en Zuid-Duitsland grote vuren ontstoken op de velden. Het zijn overblijfselen van de oeroude voorjaarsvuren om de winter te verbranden. De as werd uitgestrooid op de akkers om de vruchtbaarheid te bevorderen. In vroegere tijden waste men ook met as en kende men de zuiverende werking ervan. Niet al die gebruiken passen nog in de huidige tijd. Maar toch heeft de as op het hoofd zijn zin niet verloren. In onze tijd, waarin veel mensen denken zelf God te zijn in een maakbare wereld, roept de as in herinnering dat ieder mens vergankelijk is. De tekst bij uitdelen van het askruisje luidt niet voor niets: “Je bent stof en tot stof keer je terug” (Gen. 3,19). Alles gaat voorbij. God alleen blijft. Oftewel: “Bekeer u! Heb geloof in de goede Boodschap”. (Mc. 1,15). Bezin je op waar je mee bezig bent en kies dát, waar het in het leven echt om gaat.

Het strooien van as over de hoofden van de boetelingen is in latere tijden vereenvoudigd tot het askruisje, zoals dat tegenwoordig in de kerken wordt uitgedeeld. Het altaarmissaal laat echter nergens het woord askruis vallen. Er wordt gesproken over het opleggen van de as, een veeg, een vlek, desnoods het hele hoofd vol. “Erkennen dat we stof en as zijn,” zoals een gebed uit de liturgie zegt.

Vastentijd
Met Aswoensdag begint de vastenperiode die duurt tot aan Pasen; dit jaar op 8 april. In deze periode worden christenen geacht zich door te vasten voor te bereiden op het belangrijkste christelijke feest, de verrijzenis van Christus, de triomf van het eeuwig leven op de dood. Tijdens de veertigdagentijd nemen sommigen zich voor om geheel vrijwillig bijvoorbeeld weinig of geen alcohol te drinken, niet te roken of om anderszins te vasten. De christen kan hierdoor meer ruimte creëren voor God en de noden van de mensen en voor zichzelf nieuwe doelen en motieven in het leven vastleggen.

Vasten, bidden en aalmoezen geven zijn de drie bestanddelen van het christelijke vasten. Door het uitsparen van eten en/of luxe goederen komt geld vrij voor goede doelen. Vandaar dat in deze periode de Vastenactie plaatsvindt, de kerkelijke geldinzamelingsactie voor de misdeelde medemens in de ontwikkelingslanden.

(Bron: Bisdom Roermond)